De doelen van dit onderzoek waren het bepalen van de frequentie van osteopenie (daling van de botmassa) en
osteoporose van de heup en de wervelkolom bij mensen met postpolio, de relatie tussen spierzwakte van de benen en de
botdichtheid van de heup en tenslotte het bepalen van de relatie tussen de botdichtheid en andere risicofactoren zoals
leeftijd, spierzwakte in de acute fase, tijdsduur sinds de acute fase, body-mass index (BMI), mobiliteit, roken en
alcoholmisbruik.
Van de 379 patiënten met postpolio werden er 164 geïncludeerd en 215 niet, voornamelijk vanwege het ontbreken van
botdichtheidsmetingen. De niet-geïncludeerde patiënten vormden de controlegroep. De mannen in de onderzoeksgroep hadden
meer spierzwakte dan in de controlegroep, de vrouwen voor de menopauze waren ouder en hadden eveneens meer spierzwakte
dan de vrouwen in de controlegroep. De vrouwen na de menopauze hadden meer spierzwakte in de acute fase gehad en hadden
bij dit onderzoek meer spierzwakte dan de controlegroep. Er waren geen verschillen tussen de mannen in beide groepen
ten aanzien van leeftijd bij het onderzoek, spierzwakte bij polio, tijdsduur sinds polio en BMI. Bij vrouwen voor de
menopauze waren er geen verschillen met de controlegroep ten aanzien van leeftijd tijdens polio, spierzwakte bij polio,
tijdsduur sinds polio en BMI.
Het voorkomen van osteoporose en osteopenie van de heup was bij mannen 32 % en 40 %, bij vrouwen voor de menopauze 9 %
en 39 %, bij vrouwen na de menopauze 27 % en 42%. Osteoporose en osteopenie in de wervelkolom was bij mannen 10 % en 28
%, bij vrouwen voor de menopauze 6 % en 22% en bij vrouwen na de menopauze 11 % en 31 %. Osteoporose in de heup leek
vaker voor te komen bij vrouwen na de menopauze dan bij vrouwen voor de menopauze. Er waren geen verschillen in het
voorkomen van osteoporose in de wervelkolom en osteopenie tussen vrouwen voor en na de menopauze.
Er werd wel een relatie gevonden tussen de botmassa van de heup en de spierkracht in het been aan dezelfde
lichaamszijde, maar niet tussen botmassa en andere bekende risicofactoren zoals roken, alcoholgebruik, leeftijd en
geslacht.
In dit onderzoek werd een hoge mate van osteoporose gevonden en werd de beschermende rol van spierkracht benadrukt. De
belangrijkste beperking in dit onderzoek is dat er bij de onderzoeksgroep sprake was van meer spierzwakte waardoor
mogelijk het risico op osteoporose voor de gehele populatie met postpolio enigszins overschat wordt.
De auteurs adviseren controle van alle patiënten met postpolio op osteoporose van beide heupen (vanwege de relatie met
spierzwakte) en de wervelkolom. Verder onderzoek wordt aanbevolen om de resultaten van dit onderzoek te bevestigen en
de effecten van behandeling te kunnen beoordelen.
Auteur(s): Haziza M, Kremer R, Benedetti A, Trojan DA. Tijdschrift: Archives of Physical Medicine and Rehabilitation 2007 (88) blz. 1030 Geannoteerd door: CW
Of dit onderzoek ooit zal leiden tot nieuwe behandelingsmogelijkheden weten we niet. U kunt uit deze onderzoeksresultaten dan ook geen conclusies trekken voor de ontwikkeling van mogelijke nieuwe therapieën.
Laatste wijziging: 19-12-2007
|